Zaterdag 1 mei, een voetbaltoernooitje in Houtem, bij Tienen. Mijn zoon speelt er met de miniemen van KV Tervuren tegen drie andere ploegen: Haasrode, Schaerbeek en Rixensart. Haasrode en Tervuren zijn Vlaamse clubs, de jongens van Schaerbeek en Rixensart spreken Frans. Inzet is niets minder dan de Beker van Brabant. Geen Vlaamse Beker, geen Waalse of Brusselse beker, nee, Dé Beker van Brabant. Waar vind je dit nog, denkt een nostalgische unionist in mij, bijkans ontroerd in de tribune plaatsnemend, een ouderwets Belgisch voetbaltoernooi, paritair samengesteld! Waarom kunnen onze politici niet wat deze minieme voetballertjes wél kunnen, gewoon lekker samenspelen? Sentimenteel simplisme. Een voetbaltribune is geen universiteit.
De organisatoren hebben rekening gehouden met de Belgische gevoeligheden. In de vier hoeken van de cafetaria zijn lange tafels gereserveerd voor de vier deelnemende teams: de twee Vlaamse teams aan de ene kant, de twee Franstalige aan de andere. Ook de wedstrijdkalender is subtiel: in de ene halve finale spelen de twee Franstalige teams tegen elkaar, in de andere de twee Vlaamse, zodat beide talen verzekerd zijn van een plaats in de finale. De monolinguïstische halve finales worden gelijktijdig afgewerkt op hobbelige, zanderige bijvelden, waarna de winnaars van beide wedstrijden straks op het prachtige gras van het vertroetelde hoofdterrein de tweetalige finale zullen spelen. Een vaag Hegeliaanse verrukking bevangt mij.
Zoals iedereen weet zijn de miniemenploegen van Haasrode en Tervuren in de regio Oost-Vlaams Brabant elkaars grootste concurrenten. Haasrode werd het afgelopen seizoen kampioen, Tervuren tweede. Haasrode verloor maar één keer, uit bij Tervuren, en beschouwt deze halve finale dus als een revanchewedstrijd. Ook tussen de vaders langs de zijlijn kun je de adrenaline ruiken. Het wordt een matige wedstrijd die eindigt op O-O, waarna de etterbakken uit Haasrode onze jongens verslaan met een paar ordinaire strafschoppen. Een aangeslagen Tervuren moet meteen daarna tegen Rixensart de kleine finale spelen, de zogeheten troosting. Nauwelijks hebben wij, legioen bedroefde vaders, node weer in de tribune plaatsgenomen of daar komen die rekels van Haasrode de trappen opgeklommen. Zij gaan achter ons en dus hoger zitten en beginnen meteen te joelen. Onbehagen onder de Tervuurse vaders. Eerst onze kinderen verslaan en ze nu een beetje komen zitten uitlachen of wat? Er hangen strafbare feiten in de lucht.
Het tegenovergestelde gebeurt. Telkens wanneer een Tervuurse speler de bal heeft stijgen achter ons juichkreten op. Verovert een speler van Rixensart de bal, dan beginnen die van Haasrode keihard te boeën. Wat krijgen we nu? Dezelfde jongens die zoëven nog met het mes tussen de tanden onze zonen hebben bekampt, scanderen nu vol overgave Ter-vu-ren! Ter-vu-ren! De aartsvijand is in een oogwenk getransformeerd tot spionkop. Even later bestijgen ook de spelers van Schaerbeek de tribune. Ze gaan helemaal aan het andere uiteinde zitten en beginnen daar, in het Frans, net zo hard hun zopas verslagen tegenstanders uit Rixensart aan te vuren. Vlaamse en Franstalige koren schreeuwen tegen elkaar op. Hoe droef kan een troosting zijn.
België is een virus dat ook kinderen aantast, zeker in de Brusselse rand. Zelfs op deze leeftijd - jongetjes van dertien, veertien jaar – zijn hun gevoelens van loyaliteit en sportieve rivaliteit al beïnvloed door communautaire reflexen. Waar komen die vandaan? Zijn zulke reflexen aangeboren? Ik denk het niet. Kinderen zijn beïnvloed door wat ze in hun omgeving horen, lezen en zien. Zo jong nog bleken die voetballertjes al zo vergiftigd door het wij-versus-zij-denken van de volwassenen rondom hen dat ze schijnbaar spontaan alle sportieve verhoudingen, ambities en hiërarchieën vergaten en zich terugtrokken in hun eigen taalgroep. Begrijpelijk, zeker voor miniemen, maar soms denk ik: Belgen blijven hun leven lang miniemen. Onderlinge solidariteit blijft hier altijd in de eerste plaats een taalkwestie, eerder dan een klassekwestie bijvoorbeeld. Dat is minder evident dan het lijkt, minder vanzelfsprekend dan wij denken. Misschien is het wel iets om af te leren. Dat was het trieste besef daar op die tribune: de Belgische ziekte is alweer aan een volgende generatie doorgegeven. Verlenging van de miserie verzekerd.
Rixensart won de troosting en in de grote finale versloeg Schaerbeek Haasrode. De vuile franskiljons.
(Knack 12 mei 2010)
Arts & Letters Daily (13 Mar 2012)
14 uur geleden
1 reacties:
Fantastisch!
Johan
Een reactie plaatsen