24 januari 2007

In memoriam Hugo Van den Enden

Een klein berichtje in De Morgen van woensdag 24 januari 2007: professor emeritus Hugo Van den Enden is in de nacht van maandag op dinsdag overleden. 68.

Het bericht schokt me veel sterker dan ik had verwacht. Van den Enden was een van mijn proffen in de filosofie tijdens mijn studie wijsbegeerte aan de universiteit Gent in de jaren 1981-1984. Hij was promotor van mijn licentiaatsthesis.

De meeste studenten hadden een bloedhekel aan Van den Enden. Hij deed dan ook geen enkele moeite om sympathiek over te komen. Zo "vergat" hij wel vaker op te dagen op afspraken met studenten, echt aardig in de omgang kon je hem niet noemen, hij liep ook altijd in een blauw waas van sigarettenrook te doceren - onbeleefdheden die geen docent zich vandaag zou kunnen veroorloven, en dat is maar goed ook.
Van den Enden was een hoekig, weerbarstig man, iemand die nooit wilde behagen, tenzij dan door de scherpte van zijn inzichten, door de waarheid van zijn argumenten.

En scherp was hij. De reeks colleges die ik in die jaren bij hem volgde over 'Der Einzige und sein Eigentum' van Max Stirner behoren tot de grondigste, diepzinnigste en onvergetelijkste filosofielessen die ik ooit heb gehad. Van den Enden dacht als een drilboor: hij dacht stellingen en theorieën meedogenloos door, tot in hun verste consequenties, tot in hun diepste contradicties, tot in hun finale ongerijmdheden.
Terwijl vele van zijn Gentse collega's zich maar wat amuseerden in frivole subdisciplines als formele logica en wetenschapsfilosofie, dacht Van den Enden bij voorkeur na over concrete mensen in extreme maar realistische situaties - zoals uit zijn publicaties over zelfmoord en eutanasie ook blijkt. Hij aarzelde niet om het filosofische denken schaamteloos te psychologiseren - een doodzonde in de ogen van vele vakbroeders en -zusters - en hij gaf geen bal om de academische obsessie met zogenaamd wetenschappelijke publicaties: Van den Enden schreef in die jaren veel liever verslagen over motorcrosswedstrijden in De Morgen...

Hij was een van de meest onacademische academici die ik ooit heb ontmoet. Ik denk aan hem terug als een ontzettend scherpzinnig en eigengereid man, iemand die zich nooit liet intimideren door reputaties of posities, die wars was van elk groepsgedrag of -gevoel, iemand die verbluffend eloquent doceerde ook, en iemand voor wie de dood niet alleen iets was om filosofisch over na te denken, maar ook een werkelijkheid die hem in zijn persoonlijke leven meermaals van heel dichtbij heeft aangestaard.

Ik heb de laatste twintig jaar geen contact meer met hem gehad, maar nu hij er ineens niet meer is, schrik ik. Van den Enden is een van de laatste mensen geweest die ik echt heb bewonderd. Om zijn vlijmende verstand en zijn eigengereidheid. Om zijn lef en zijn formuleerkracht. Om zijn rusteloze intellectuele zoektocht naar wat het betekent een waardig leven te leiden en er waardig mee op te houden. Ik hoop dat dat laatste hem nu is gelukt.

3 opmerkingen:

bert beyens zei

"Uw tekst is een mooie schets van een man die voor velen meer impact
heeft gehad dan hij zelf ooit heeft beseft. Van den Enden is altijd wat
in de schaduw gebleven van zijn beroemdere collega's Kruithof en
Vermeersch, maar ik bewaar zelf ook zeer goede herinneringen aan zijn
lessen. Hugo Van den Enden gaf les aan het RITCS  van 1973 tot 1987. Ik
heb van hem veel geleerd over de Frankfurter Schule en over de
maatschappelijke debatten van die tijd: abortus, emancipatie,
participatie, enz.
Zijn lessen waren van de eerste tot de laatste minuut mijmerende
monologen, een half pakje sigaretten lang.

Bert Beyens
Departementshoofd RITS"

Anoniem zei

Ik heb Van Den Enden gewaardeerd om zijn scherp analysevermogen en zijn eloquentie. In die zin kan ik me bij het in memoriam aansluiten (behalve de van de pot gerukte verwijzing naar logica en wetenschapsfilosofie). Maar ik heb Van Den Enden ook leren kennen als een cynische klootzak, die studenten en (lager) personeel schaamteloos intimideerde en kleineerde. Verbloeming kan wel, maar ook de waarheid heeft haar rechten.

Gie van den Berghe zei

Van de doden niets dan goeds? ook Hugo zou dat weinig respectvol gevonden
hebben. Maar anoniem natrappen getuigt van nog minder.
Mooie tekst over Hugo, Frank; ik beaam het grootste deel. Hugo was mijn
promotor voor thesis en doctoraat en tussendoor ook een vriend waarmee ik
ettelijke uren heb doorgebracht aan allerhande cafétafels en bureau's. Ik
heb hem mateloos bewonderd en veel van hem geleerd. Een fantastisch docent.
Als kennis en vriend, had ik de grootste moeite met hem, want hoe
glashelder, hoe verregaand en diepgaand Hugo ook publiekelijk
dacht, privé hield hij er helaas de meest stereotiepe en zelfs
discriminerende gedachten op na, zijn minachtend vrouw-, studenten- en
jodenbeeld bijvoorbeeld waren niet om aan te zien. Ook daar heb ik veel uit
geleerd, die gespletenheid tussen persona en functie. Betreurenswaardig ook,
vond ik, was dat de zo talentrijke Hugo daar behalve in zijn prachtige
lessen weinig of niets mee deed. Ik heb hem tot vervelens toe aangespoord om
te schrijven, maar kreeg onveranderlijk tot antwoord: "Wat moet ik in 's
hemelsnaam nog bewijzen?". Jammer. Ik heb veel meegemaakt met Hugo, veel
moois en veel hards, maar ik bewaar aan hem een uitstekende herinnering.
Zo'n drie weken voor zijn dood zag ik hem voor het laatst. De cynicus die
zichzelf na zijn emeritaat wegpestte van de Blandijn, leek verdwenen; we
konden even een paar zinnen wisselen - helaas zonder veel inhoud, alsof het
terrein voor en achter hem zwartgeblakerd platgebrand was. Om je
stilzwijgende vraag te beantwoorden: Hugo was die laatste jaren van zijn
leven een bijzonder eenzaam en verbitterd man. Meer dan betreurenswaardig,
ik wou dat ik een laatste keer door zijn harnas was geraakt; maar ik heb dat
helaas niet meer durven proberen, ging met een boog om zijn cynisme heen.

Gie van den Berghe