26 februari 2009

Eenzaam want consequent: bij de dood van Jaap Kruithof


Mensen jonger dan dertig vallen uit de lucht: Jaap wie? Maar ik voelde een rilling toen ik vanmiddag (25 februari) op de radio hoorde dat Jaap Kruithof op 79-jarige leeftijd was overleden. Ik ben immers een van die tienduizenden die ooit bij hem student zijn geweest, van 1981 tot 1984 om precies te zijn, in het departement wijsbgeerte aan de universiteit Gent. Kruithof was ook toen al een levend monument. Hij had zijn sporen verdiend onder meer als mede-oprichter (samen met Leo Apostel) van de studierichting moraalwetenschappen, als auteur van gewaardeerde boeken als De zingever (1968) en Eticologie (1973), en misschien nog wel het meest als co-auteur (met Jos Van Ussel) van Jeugd tegen de muur (1962), een ophefmakend boek over de seksualiteitsbeleving van jongeren in Vlaanderen, wat toen nog geen voer voor weekendkranten was.

Daarnaast genoot hij ruime bekendheid als boegbeeld en spreekbuis van het radicaal linkse denken in Vlaanderen. Hij was een man met volgelingen én met tegenstanders. Hij hield meer van tegenstanders, denk ik, dan van volgelingen. Hij genoot van controverse, zocht de tegenspraak, “hij was een geducht tegenstander in debatten, het prototype van de dwarsligger,” aldus de website van de VRT vanmiddag. Zo dwars lag Kruithof dat hij jarenlang, zo is mij vaak verteld, op de BRT (VRT) persona non grata is geweest. Het zou mooi zijn als de VRT hier nu eens eerlijk over berichtte.

Kruithofs woede-uitbarstingen tijdens openbare discussies waren legendarisch. Zo herinner ik me een discussie in de Gentse Blandijn waar hij politica Wivina De Meester verbaal vermorzelde, en De Meester was dan nog een van de progressiefste, meest verlichte CVP’ers uit die tijd. Die agressieve stijl was een gevolg en een uitdrukking van zijn tomeloze verontwaardiging over alles wat misging in de wereld, maar het was soms ook zijn zwakte. De boodschap verdronk wel eens in de stijl. Een debat met Kruithof beloofde altijd spektakel. Het was een vorm van academisch entertainment. Vele studenten kwamen naar zulke debatten om zich eens goed te amuseren en beschouwden hem als weinig meer dan een curiosum. Kruithof had daardoor ook iets van een tragische figuur.

Toen ik hem in het begin van de jaren tachtig leerde kennen, was hij verdiept in een historische studie van de complexe verhouding tussen arbeid en lust in de Westerse samenleving. Volgens Kruithof zat het met die verhouding goed scheef, “als gevolg van een onrechtvaardig en inefficiënt maatschappelijk bestel”, zoals hij het formuleerde in de inleiding van wat een grote, driedelige studie moest worden. Bij mijn weten zijn alleen de eerste twee delen van Arbeid en Lust destijds bij Epo verschenen, het eerste in 1984, het tweede in 1986. Ik geloof niet dat beide boeken een grote impact op het denken over deze materie hebben gehad. Daarvoor waren ze gewoon te onleesbaar. Want hoe bevlogen en imponerend Kruithof ook sprak, schrijven kon hij niet. Zijn boeken waren gortdroog, veredelde cursussen, zeer schematisch opgebouwd, opsommerig soms. Ik beledig hem niet, hij wist dat zelf en gaf het ook toe. “Spreken kost me niet zo’n moeite,” schreef hij op de eerste pagina van Arbeid en Lust, “schrijven vergt een talent dat ik niet bezit. Na dertig jaar oefening kost het me nog teveel inspanningen, het ligt me slecht.” Voor zelfkritiek was hij nooit te beroerd.

Veel meer aandacht genoot Kruithofs andere publicatie uit die jaren, De mens aan de grens (1985), een boek waarin hij, in navolging van zijn eminente collega Leo Apostel (aan wie het boek ook opgedragen was), een pleidooi hield voor een vernieuwde religiositeit. Sommige traditionele humanisten beschouwden Kruithofs Wende als een vorm van verraad en intellectuele zelfverloochening, terwijl vele anderen, en met name talrijke christenen, De mens aan de grens juist een interessant en moedig boek vonden. Het zal in ieder geval zijn best verkochte boek ooit zijn geweest.

Vandaag werd Kruithof her en der op nieuwssites omschreven als “een toonaangevend Vlaams filosoof”. Dat is een weinig alerte, om niet te zeggen verkeerde voorstelling. Welke toon gaf Kruithof aan? Spraakmakend en controversieel is hij zonder meer geweest, maar dat was toch al ruim vijftien jaar -hij ging in 1995 met emeritaat- niet meer het geval. In het maatschappelijk debat in Vlaanderen speelde Kruithof al vele jaren geen rol van betekenis meer. Dat had wellicht met twee zaken te maken: met zijn ziekte, waarover hij me jaren geleden al in een briefje berichtte, en, natuurlijk, met de veranderde Zeitgeist. Kruithof behoorde tot een generatie marxistische of marxistisch geïnspireerde denkers die de wereld analyseerden in termen die na de val van de Muur in 1989 en de implosie van het Sovjetregime geheel in het ongerede zijn geraakt - wat niet noodzakelijk impliceert dat die analyses onjuist waren. Zijn anti-antropocentrische kritiek op het traditionele humanisme, zijn eco-filosofie, zijn subversief bedoelde verzamelwoede (waarover op de vrt-site een mooi interviewtje staat) - het waren evenzovele onmodieuze standpunten en ideeën die weinig of geen invloed meer hadden in de weldenkende cenakels en op de opiniepagina’s van deze tijd.

Kruithofs intellectuele erfenis is een paradox: hij oefende wellicht een grote maar moeilijk traceerbare invloed uit op het wereldbeeld van duizenden studenten, maar hij was tegelijkertijd een solitair denker, iemand die vele jaren in het totale isolement van zijn eigen radicale overtuigingen heeft geleefd, wars van modes en trends. Ik heb dat altijd verbluffend gevonden, het waarmerk van een intellectueel en een sterke persoonlijkheid, al betekende het natuurlijk ook dat hij zichzelf vaak buitenspel zette. Bovendien moet je je afvragen waar de grens ligt tussen nobele onverzettelijkheid en dogmatiek.

Laten we dus, nu hij dood is, niet schijnheilig over Kruithof spreken en schrijven. Laten we maar toegeven dat we hem eigenlijk al lang vergeten waren, dat zijn radicaliteit voor deze tijd nog slechts iets excentrieks had, en dat we niet weten wat we zeggen wanneer we hem “toonaangevend” noemen. Iets tussen respect en meewarigheid was sinds lang zijn deel. Maar in mijn ketterse gebeden zal ik hem gedenken als een minzame en meedogenloze wereldverbeteraar, en als een van de indrukwekkendste professoren die ik ooit heb beluisterd.

Op de site van Indymedia staat een interessant interview met Kruithof: http://www.indymedia.be/en/node/31918

4 opmerkingen:

Ilse Geeraerts zei

Dag Frank

Ik heb een ouderwetse achting voor zijn eerlijkheid en kracht. Voor zijn duidelijkheid ook en voor de zuiverheid van zijn alom aanwezige verontwaardiging.
Bedankt voor dit stuk.
Ik zal hem missen.

Ilse Geeraerts

Anoniem zei

Dag Ilse,
"Een ouderwetse achting": dat zeg je prachtig. Zo voel ik het ook.
Groet,
Frank

Gerard Eggermont zei

Een zéér eerlijke, verduidelijkende en begrijpelijke plaatsing van het "fenomeen" Jaap Kruithof. Voor een intellectuele leek, zoals ik mezelf beschouw, want intellectuelen schrijven hopelijk niet enkel voor soortgenoten, is dit van groot belang.
U bent een intellectueel naar mijn hart, en gelukkig zijn er nog zo een paar(bvb J. Sanctorum). Eén van uw recente blog-stukjes, "Waar is de woede ?", is één van mijn favorieten.
Bovenstaande kan niet altijd gezegd worden van andere schoolmeesterachtige intellectuele bloggers (cfr http://victacausa.blogspot.com/, waar ik recent op de hen geëigende wijze terecht werd gewezen in een reactie, mij een zorg).
Het is hier niet de bedoeling een polemiek uit te lokken, daarvoor ben ik niet in de wieg gelegd.

Marc Vanfraechem zei

@Gerard Eggermont: ja, ik verwijderde enkele van uw reacties op mijn blog, maar daar vroeg u zelf bijna om, met uw eigen zinnetje "stop er nu mee eggermont", of iets van die strekking. Herhalingen zijn inderdaad onnodig, en dat zag u heel goed in.