01 september 2010

Boeken

Ik kon toch nergens heen. Rusland stond in brand, Pakistan onder water, China in de file en in de duinen van Zeebrugge lag een dode vrouw te wuiven. Ik nam dus een stoeltje en ging bij mijn boekenkast zitten.

Omdat een balk in het gebinte van mijn zolderkamer doormidden dreigde te splijten, hadden wij een aannemer ontboden. We wilden weten of ons huis van plan was in te storten. De aannemer had bezorgd gekeken, niet naar die gebarsten balk maar naar de boekenkast met de hier en daar lichtjes doorbuigende planken. Hij begreep die balk wel. Ik kon maar beter geen boeken meer toevoegen. De houten vloer stond al helemaal strak door het overgewicht. “Niet goed,” zei de minzame Limburger. Ik vroeg hem of alle aannemers boekenhaters waren. “Ich hem thuis genen enen boek è,” zong hij op het triomfantelijke af. “Alleen een lastenboek,” probeerde ik toch enige nuance aan te brengen. “Ja,” glimlachte de aannemer, “alleen een lastenboek.” Maar hij was onverzettelijk. Nog meer boeken zouden ons op een dag dakloos maken. In gedachten hoorde ik hoe met donderend geraas een einde kwam aan ons gezinsgeluk. Toen de aannemer weer weg was, keek mijn vrouw me aan alsof ons huis op de grens stond van China, Pakistan en Rusland. De conclusie was helder: er moesten boeken weg.

Daar zat ik dan, tot slachten gemaand. Een bibliotheek is als een oude stad. Er zijn wijken waar je nooit komt, wijken die je nostalgisch stemmen of volkomen onverschillig laten, waar je hoofdzakelijk Nederlands hoort of overwegend andere talen. Dat is in een bibliotheek niet anders. Ik keek naar al die bange ruggen. Waar het slopen aan te vatten?

Laten we beginnen in de achterbuurten, dacht ik. Want net als oude steden hebben bibliotheken ook achterbuurten: de boeken die op de tweede rij staan en daar soms vele jaren een onzichtbaar bestaan leiden. Soms verzeilt een boek in de achterbuurten van de kast omdat je het slecht en onbeduidend vond. Soms omdat je het hebt gekregen van iemand die je wel dierbaar is maar die zich in jouw smaak en interesses heeft vergist. Van vele boeken op de tweede rij was ik het bestaan vergeten, zo gaat dat met wie in achterbuurten woont. Andere leken op verdwenen jeugdvrienden. Wie we daar hebben! De romans van Ward Ruyslinck en Hermann Hesse! Hoe zou het met hen zijn? En daar: Een vlucht regenwulpen. La Dentellière. De komst van Joachim Stiller. De vadsige koningen. En vele dichtbundels van dichters wier namen ik niet meer durf te vernoemen.

In de kamer groeiden twee hoge stapels: boeken die me nog goed genoeg leken voor seniorie De Slegte en boeken waar ik geen andere bestemming meer voor kon bedenken dan de oranje graftomben van het containerpark. Na de razzia in de achterbuurten van de bibliotheek was het de beurt aan de vooraanstaande boeken. Ik deed mijn best om hard te zijn. Boeken zonder duidelijke bestaansreden werden naar de achterste rij verbannen of verloren hun verblijfsvergunning. Uitwijzing of doodstraf, daar kwam het op neer. Alleen de boeken waar ik echt van hield kregen levenslang.

Je boekenkast doorbladeren is je leven overlopen. Je komt de vele lezers tegen die je ooit bent geweest. Wie heeft waarom deze regel onderstreept? Wie heeft daar iets vaags in de marge gekribbeld? Wie zette daar een uitroepteken? Je noemt al die lezers ik, maar dat ik is een compostbak waarin al vele ikken zijn vergaan. Daarom is het herlezen van boeken die vroeger veel voor je hebben betekend vaak een teleurstelling, een vergissing. De lezer die je toen was, bestaat niet meer. Soms is het ook gewoon gênant, natuurlijk: heeft een van mijn vorige ikken dit ooit mooi, ontroerend, belangwekkend gevonden? Hop, containerpark.

Maar boekenuitdrijving is ook een vorm van geschiedvervalsing. Een lezende mens is al zijn boeken, van Jonathan Livingston Seagull tot Jonathan Safran Foer, van Karl May tot Karl Marx. De boeken die je hebt gelezen en de boeken die je nog wil lezen, de boeken die je maar half hebt gelezen en de boeken die je koestert. Allemaal samen vormen ze het groepsportret van je voortdurend verschilferende, vervliedende ik. Elke bibliotheek is de biografie van een lezer. Ze vertelt het verhaal van een ik dat nooit heeft bestaan.


(Knack, 1 september 2010)

3 opmerkingen:

barbara zei

Ik weet niet hoe ik de gevoelens die dit stukje oproept het mooist kan uitdrukken, dus houd ik het maar bij de woorden die nu hun intrede doen. Ik heb zin gekregen om de straten van mijn eigen bibliotheek af te wandelen, maar tegelijkertijd heb jij de paradox van het vertrouwelijke en het onbekende dat huist in een persoonlijke boekenverzameling zo juist in beeld gebracht, dat ik er angstvallig tegenover sta. Ik heb daarom besloten dit ook een plek te geven in mijn bibliotheek en wanneer ik, over enkele jaren, ook word gedwongen mijn eigen boekenwijk opnieuw aan te leggen, zal ik troost vinden in jouw woorden.

Anoniem zei

Zo raak omschreven dat ik diep getroffen werd

LK

Arno Van Vlierberghe zei

Ik moet zelf binnenkort eens gaan snoeien in mijn boekenkasten. Niet omdat een vrouw mij beveelt, maar omdat ik anders door de vloer van mijn studentenkot dreig te zakken.

Treffend verwoord, doet mij denken aan Alberto Manguel.